Expert in 1001 tuinplanten Bezorging in heel Nederland
Webshop vol plant ideeën Voor borders en tuinen
A-kwaliteit en eigen bezorgdienst Alles handgeselecteerd

Winkelwagen

U heeft geen artikelen in uw winkelwagen.

TuinJargon - Verklaring van tuintermen en speciale vakbegrippen die u regelmatig zult tegenkomen. 

 

Deze lijst wordt dagelijks aangevuld. Heeft u nog een termen die wij niet mogen missen? Laat het ons weten!

 


 

Inheems – Land of gebied van oorspronkelijk herkomst, kan in meerdere landen voorkomen.

 

Endemisch – Uniek aan een land. Komt enkel in een bepaald land voor.

 

Invasive soort – Een soort die van nature niet voorkomt in een gebied en andere ‘inheemse’ soorten verdringt.

 

Scheren – Snoeien van een haag of heg wordt ook wel scheren genoemd.

 

Bodemvaag – jargon, groeit op elk grond soort .

 

Erosie – Slijtage van de grond waarbij hele delen kunnen 'wegschuiven'. De voornaamste vormen van erosie zijn grondbewerking, boskap, water en wind.

 

Kammen – Lelijke bladeren met de hand weghalen, dus niet snoeien /scheren.

 

Kosmopolitische soorten – Soorten die overal ter wereld voorkomen.

 

Biodiversiteit – Het aantal soorten binnen een ecosysteem.

 

Habitat – Het natuurlijke leefgebied van een organisme.

 

Winterhard – Een plant is winterhard tot een bepaalde temperatuur waar ze zonder bedekking de winter overleeft.

 

Wintergroen – een plant die haar bladeren behoud.

 

Éenhuizige (monoecische) plant – Planten waarbij de mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde planten voorkomen.

 

Tweehuizige (dioecische) plant – Planten waarbij de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen niet op dezelfde plant zitten. Er treed altijd kruisbevruchting op.

 

Waterlot - Dit zijn snelgroeiende twijgen die ontstaan aan een boom of struik na een te zware snoei of achteruitgang conditie.

 

Waardplant - Gastheer of gastvrouw voor een ander levend organisme. 

 

Woekeren - Voortdurend groeien waardoor er schade ontstaat aan tuinplanten / wortels in de buurt. 

 

Vergrassing - Een verschijning waarbij dominante grassoorten andere planten verdringen. De oorzaak is de depositie van meststoffen. Grazers moeten vergrassing tegengaan (hooglanders, schapen, paarden).

 

Botanicus - Een botanicus, of plantkundige is een wetenschapper die de plantkunde beoefent. De vrouwelijke vorm is Botanica en het meervoud is botanici.

 

Indicatorsoort - Een indicatorsoort is in de biologie een soort die indicatief is voor een bepaald kenmerk van het milieu. De aanwezigheid of afwezigheid van een soort zegt iets over bijvoorbeeld de grond, gebied, habitat of luchtkwaliteit.

 

Mulchen - Mulchen betekent het bedekken van de bodem met planten en struiken resten (houtresten). Door te mulchen beschermt u de plant tegen de koud en houd het onkruid tegen. Mulchen is een methode die biologen gebruiken om invasieve soorten te weren. 

 

Pioniersplanten - Planten die zich vaak als eerste laten zien op plekken waar voorheen nog niks groeide. Het zijn planten die goed gedeien op voedselarme gronden. Deze planten laten zich vaak zien op bouwterreinen, wegen en naast spoorlijnen. Klaprozen zijn bijvoorbeeld echte pioniersplanten. 

 

NPK-waarde - Dit geeft aan hoeveel stikstof, Fosfor en Kalium er in het meststof of substraat aanwezig is. Het zijn de belangrijkste en meest essensiele nutrienten voor uw tuinplanten. Er bestaan verschillende verhoudingen voor verschillende tuinplanten.

 

Monocarpische of hapaxanthe - Planten die slecht éénmaal in hun leven bloeien / voortplanten. Na de vruchtzetting sterft de plant dus af. Voorbeelden zijn alle Één- en tweejarige tuinplant tuinplanten. Een tweejarige plant groeit eerst stengels, bladeren en wortels. Het tweede jaar komen bloemen waarna de plant afsterft. 

 

Ranken - In de biologie zijn ranken gespecialiseerde stengels, bladstelen of bladeren die een draadachtige vorm hebben. Ze krullen als varkenstaartje, waardoor ze zich kunnen hechten aan andere planten, muurtjes of pergola's. Charles Darwin was de eerste in 1865 die klimplanten omschreef in zijn boek: On the movements and habits of climbing plants. De Passiebloem is een voorbeeld van een plant met ranken.

 

Eolisch proces - Een geomorfologisch proces waarbij land wordt gecreeerd door wind erosie. Lössgrond een voorbeeld van land dat is ontstaan door een Eolisch proces.

 

Glycosiden - Glycosiden zijn een groep van de chemische stoffen die alleen maar in planten voorkomen. Het zijn suikers (glycon) en niet-suikers (aglycon) die farmacologische werkingen hebben en in medicijnen gebruikt worden. Misschien wel de meest bekende tuinplant die glycosiden bevatten zijn de Vingerhoedskruid 'Digitalis' soorten. Deze bevatten het stofje 'Digitaline'. 

 

Verjongingssnoei - Alle tuinplanten die op de oudere takken minder bloeien dient u te 'verjongen'. Haal dan de oudere takken helemaal weg zodat er nieuwe en jonge scheuten groeien die weer rijk kunnen bloeien. Een plant die mooier wordt na een 'Verjongingssnoei' is de Weigelia - Weigela 'Bristol Ruby'.

 

 

 

Blijf op de hoogte van de nieuwste trends en ontwikkelingen